Cornelis (Cees of Kees) Timmer (Zaandam, 20 juni 1903 – Rotterdam, 24 januari 1978) was een veelzijdig en eigenzinnig Nederlands kunstenaar die zich niet liet vangen in één stijl of discipline. Hij werkte als schilder, tekenaar, beeldhouwer, graficus, edelsmid, muurschilder, monumentaal kunstenaar en mozaïekmaker. Zijn oeuvre is een staalkaart van ambachtelijk vakmanschap, inventiviteit en liefde voor het dagelijks leven.
Timmer groeide op in Zaandam in een periode van industrialisatie en verandering, iets wat zijn blik op de wereld zou vormen. Al op jonge leeftijd viel zijn talent op. Hij volgde een opleiding aan de Academie van Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen in Rotterdam, waar hij zich ontpopte als een nieuwsgierige en veelzijdige leerling die geen grenzen zag tussen kunstvormen.
Zijn stijl ontwikkelde zich eigenzinnig en wars van academische dogma’s. Hij had een voorliefde voor het alledaagse en het humoristische. Zijn werk bevatte vaak subtiele ironie en een scherp oog voor karakter en detail. Timmer schilderde straattaferelen, dieren (met name zijn kenmerkende apen), portretten en voorstellingen met een lichte, verhalende toon. Zijn tekeningen waren virtuoos en sprankelend, vaak met een speels realisme.
Naast zijn vrije werk was Timmer zeer actief in de toegepaste kunst. Hij ontwierp muurschilderingen en mozaïeken voor openbare gebouwen, maakte monumentale sculpturen, werkte als edelsmid en ontwierp sieraden en gebruiksvoorwerpen. Daarmee zette hij zich in voor een kunst die het dagelijks leven kon verrijken – niet alleen in musea, maar juist op straat en in huis.
Rotterdam werd zijn thuisbasis en werkterrein. Na de bombardementen in de Tweede Wereldoorlog droeg hij bij aan de wederopbouw van de stad met zijn monumentale werk. Hij geloofde dat kunst een sociale functie had: het moest zichtbaar en toegankelijk zijn voor iedereen.
Hoewel hij tijdens zijn leven veel opdrachten kreeg en een gerespecteerde figuur in Rotterdamse kunstkringen was, bleef hij een onafhankelijke geest. Hij koos zijn eigen pad, buiten de grote modernistische stromingen om. Daardoor is zijn werk soms wat minder bekend gebleven bij het grote publiek, maar onder kenners wordt hij geroemd om zijn technische beheersing, zijn veelzijdigheid en zijn onverzettelijk persoonlijke stijl.
Na zijn overlijden in 1978 liet hij een rijk en gevarieerd oeuvre na dat nog altijd herontdekt en gewaardeerd wordt – een eerbetoon aan een kunstenaar die zijn vak serieus nam, maar zichzelf nooit te serieus.













































































