Interview met kunstenaar 'Dik Nicolai'
Over oorsprong, materiaal en creativiteit
Je bent geboren en opgegroeid op het platteland. Welke invloed heeft dat gehad op je werk?
Als kind struinde ik door weilanden en volkstuinen achter ons huis in Friesland. Ik verzamelde steentjes, glasscherven, aardewerk en oude pijpenkoppen die tijdens het ploegen uit de grond kwamen.
Die fascinatie voor gevonden scherven zie je nog steeds terug in mijn werk. Het leven op het platteland maakte me bovendien bewust van de seizoenen: bloei en verval, groei en vergankelijkheid, esthetiek en rauwheid. Dat zijn thema’s die nog altijd subtiel aanwezig zijn in wat ik maak.
Wanneer ontdekte je dat beeld maken belangrijk voor je was?
Ik tekende als kleine vent al veel en was gefascineerd door ‘vorm & composities’. Ik herinner me een zware magneet boven mijn bed, met een paperclip die aan een strakgespannen draadje leek te zweven. Dat kleine visuele wonder fascineerde me enorm. Terugkijkend herken ik daarin mijn vroege belangstelling voor vorm, spanning en verwondering.

Over portret-objecten en collecties
Waar komt je fascinatie voor gevonden materialen vandaan?
Die ontstond al op jonge leeftijd, maar kreeg echt vorm toen ik begin jaren 2000 voor een flinke periode in een Catalaans wijnhuis woonde. Tijdens wandelingen door droge rivierbeddingen nabij het dorp, verzamelde ik aardewerk, glas en porselein. Daarmee maakte ik collages en objecten van gevonden materialen. Een serie van ongeveer dertig werken werd later geëxposeerd in Barcelona en werden jarenlang getoond en verkocht op de kunstafdeling van de Bijenkorf te Amsterdam. Momenteel heb ik van deze eerste college serie uit Spanje circa stillevens in mijn eigen collectie.
Waarom gebruik je goud, zilver en kristal in je objecten?
De collectie vrijwerk van mijn huidige periode zijn gefotografeerde gezichten die eerst opgebouwd zijn uit glas, aardewerk, porselein en andere gevonden materialen. Goud, zilver en kristal vormen daarin een bewust contrast. De zuiverheid en glans van deze materialen maken het ruwe, verweerde karakter van de gevonden fragmenten juist sterker. Alle gezichten heb ik vervolgens gefotografeerd en digitaal sterker & frisser gemaakt. Allen afgedrukt, ingelijst, gesingeerd en genummerd.

Je werk lijkt vaak te gaan over herstel en transformatie. Is dat bewust?
Ja. In het leven bestaan opbouw en afbraak naast elkaar. Dat geldt ook voor mijn werk. Ik ben geïnteresseerd in hoe beschadiging, verandering en herstel samen een echt fris verhaal kunnen vormen. De balans tussen verleden en vernieuwing is uiteindelijk een weerspiegeling van het leven zelf.
Wat hoop je dat mensen ervaren wanneer ze voor zo’n werk staan?
Ik hoop dat ieder werk eerst nieuwsgierigheid oproept: wat zie ik hier eigenlijk? Naar welke ingredienten kijk ik? De contrasten mogen direct opvallen, maar daarna nodig ik de kijker uit om dichterbij te komen en steeds meer nieuwe details te ontdekken.

Over de stillevens
Hoe is je liefde voor het stilleven ontstaan?
Als kind veranderde ik voortdurend de composities van objecten op een plank boven mijn bed. Ik was gefascineerd door beelden die net iets vervreemdends hadden.
Rond 2010 woonde ik in een leegstaand klooster nabij Leiden. Dit pand had een grote tuin met bloemen, een schuur met oude materialen en een zolder met verweerde kerkelijke objecten. Hier ging langzaam de deur open naar oude spullen gecombineerd met bijvoorbeeld verse bloemen. Van het een kwam het ander.
Wat biedt het stilleven dat portretfotografie niet biedt?
Portretfotografie draait voor mij om verbinding met mensen. Het maken van stillevens geeft juist de vrijheid om in stilte te componeren met objecten, textiel en daglicht. Dat proces heeft bijna iets meditatiefs.
Hoe ontstaat een stilleven?
Meestal begin ik met de aanwezige objecten. Tijdens het proces ontstaan vanzelf thema’s waarop ik verder bouw. Bij opdrachten ontwikkel ik samen met de opdrachtgever een concept en verzamelen we objecten die daarbij passen.

Welke thema’s keren terug in je stillevens?
Leven en dood zijn terugkerende onderwerpen. Niet op een zware manier, maar subtiel: verse bloemen naast versleten objecten, schoonheid naast vergankelijkheid. Juist die tegenstelling maakt het beeld spannend.
Werk je ook in opdracht?
Ja, maar altijd vanuit mijn eigen beeldtaal. Koninklijke de Vries botenbouwer benaderde mij hiervoor en vo-rig jaar vroeg Koninklijke ERU om hun bedrijf vast te leggen in een groot stilleven. Klanten kiezen bewust voor mijn stijl en geven mij de ruimte om die verder vorm te geven. Daardoor blijft er ook binnen opdrachten veel artistieke vrijheid bestaan.
Waar houd je je momenteel mee bezig?
Op dit moment neem ik bewust wat afstand van grote exposities. Ik besteed nu veel tijd aan studie, onderzoek naar materialen, kunstgeschiedenis en nieuwe mogelijkheden voor toekomstige projecten.

Tot slot
Welk advies zou je jonge makers willen meegeven?
Volg je terugkerende fascinaties. Onderzoek ze, verdiep je erin en blijf oefenen. Na verloop van tijd ontdek je dat juist daarin jouw eigen beeldtaal verscholen ligt. Dat is jouw profiel als maker. Bouw daarop voort. Maar, sta open voor afwijkingen en speel met een open mind. Dan zal het unieke blijven groeien.

